Sarria → Fisterra → Muxia, maart 2026 - dag 4
Stapdag 4 – Arzúa → O Pedrouzo (19 km) (donderdag 12 maart 2026)
De ochtend begint met een kleine viering. Geen vlaggen of slingers, maar iets wat misschien nog waardevoller voelt op de Camino: het besef dat vandaag een bijzondere dag is. Mijn oudste dochter is jarig.
Terwijl de rugzak dichtklikt en de wandelschoenen hun vaste ritueel krijgen, glipt er een warme gedachte mee in de tas. Kilometer na kilometer zal ze vandaag mee wandelen in mijn hoofd.
De etappe van Arzúa naar O Pedrouzo is met zijn 21 kilometer de voorlaatste etappe van de Camino Francés.
Het pad golft nog zachtjes door het Galicische landschap, maar de grilligheid van eerdere dagen lijkt achter ons te liggen.
Vandaag gebeurt er iets opvallends: er worden minder foto's genomen.
Niet omdat het minder mooi is. Integendeel.
Sommige dagen vragen niet om een camera, maar om open zintuigen.
Al snel lopen we een wereld van eucalyptusbossen binnen. De geur hangt als een natuurlijke aromatherapie in de lucht. Fris, licht mentholachtig, alsof het bos zelf diep ademhaalt en je uitnodigt hetzelfde te doen. Elke stap voelt een beetje helderder.
Verderop hoor je het water nog vóór je het ziet. Kleine kabbelende riviertjes en oude wasplaatsen die zachtjes hun verhaal blijven murmelen. Het water tikt tegen steen, stroomt verder, en vormt een ritme dat perfect bij het tempo van wandelschoenen past.
En dan het orkest van de ochtend.
Een koolmees die zijn heldere deuntje fluit.
De merel die daar zijn volle zang bovenuit legt.
Een Waalse vink die zijn ritmische “slaan van de hamer” laat horen.
En ergens dichtbij een roodborstje, klein maar verrassend krachtig.
Vandaag worden bijna alle zintuigen wakker gemaakt.
Je ruikt het bos.
Je hoort het water en de vogels.
Je voelt het zachte pad onder je voeten.
Je ziet het licht dat gefilterd door het bladerdak op het pad valt.
En dan is er nog de smaak.
Onderweg genieten we tijdens de lunch (bedankt reisleider Bart Baert) van een bord Raxo con patatas. Het vlees werdt gemarineerd met veel knoflook, peterselie, zout en soms een beetje witte wijn of paprikapoeder (pimentón). Daarna wordt het kort en krachtig gebakken in olijfolie.Simpel en vooral dat onmiskenbare gevoel dat eten na kilometers wandelen altijd beter smaakt dan waar ook.
Voor we het goed beseffen ligt O Pedrouzo voor ons. De laatste halte vóór het grote moment.
Morgen wacht nog 20 kilometer en dan bereiken we ons eerste doel
Santiago de Compostela!
Buen Camino
- Joris









