Overslaan en naar de inhoud gaan

Via Tolosana (Voie d'Arles), juni 2026 - dag 6

kilometerpaal 821,9

Via Tolosana (Voie d'Arles), juni 2026

Via Tolosana (Voie d'Arles), juni 2026 - dag 6

Jaca → Arrès (dinsdag 9 juni 2026)

26,9 km - 260 hm

Snel het stadje uit. Trapjes op, trapjes af. Aan het gemeentehuis halen we ons stempelboekje uit de rugzak. De bediende stemptelt met zwier een paar mooie exemplaren in ons boekje.

De zon straalt over de duizend jaar oude kathedraal San Pedro van Jaca.

Het is één van de oudste kathedralen van Spanje en daarmee ook cultureel Unesco werelderfgoed. Ze is gebouwd van 1077 tot 1130. De bouw begon in Romaanse stijl en later werden er Gotische, Renaissance en Barok elementen aan toegevoegd. Het bouwwerk herbergt diverse schatten en kunstwerken. Allemaal
even adembenemend. De kathedraal heeft drie apsissen. Het plafond met de kruisribgewelven en de al dan niet met goud belegde kunstwerken trokken mijn aandacht. Wat een kunstenaars waren de mensen van vroeger toch. Om zonder machines al die grote stenen op elkaar te leggen om zulk een groot ‘kerkje’ te vervaardigen. Wat een schilders hadden ze vroeger.

De groepsfoto van de dag werd gemaakt en een lieftallige voorbijgangster bood aan om ons allen op het ‘gsm-beeld’ vast te leggen.

Even later vergaap ik me aan het landschap dat zich weids uitstrekt onder de nu al brandende zon. In de verte zijn er nog enkele toppen met sneeuw, de uitlopers van de Pyreneeën, te bewonderen. Meer in het dal zie ik reeds droge gelige akkers waar de gewassen al geteeld zijn. Scherp contrast met bij ons waar het
eerste gewas nu pas begint te groeien.

Weelderige gekleurde rozen, klaprozen, lelies en oleanders sieren ons pad. Een bont allegaartje van wilde bloemen waarvan ik de naam niet ken is een lust voor het oog. Natuurlijk blaft er hier en daar een Spaanse hond die verveeld is omdat zijn rust verstoord wordt. De kilometers glijden onder mijn voeten weg en ik loop
recht het terras op waar ik alweer een bruiswatertje drink. Het ijs ervan duw ik tegen mijn knieën en dat voelt heerlijk. De koude-gel die ik meedraag in de rugzak volgt. Het broodje smaakt.

Al de ganse dag worden we getrakteerd op voorbij fladderende vlinders die met ons mee vliegen. Ook lastige vliegen komen aanzetten. Wolken drijven, rivieren stromen, zonnestralen glijden en het zweet parelt.

In een stal staan pas geschoren schapen, een beetje met schaamte voor hun naaktheid, op elkaar gedrukt. Ze kijken geïrriteerd als ik hun stal binnen gluur. Het is alsof hun wangen een beetje blozen.

Onderweg botsen we op restanten van een ruggengraat en schedel van een diertje. Het is vooral het gebit dat me danig interesseert. De schedel doet me denken aan een knaagdier. Ik ben bijna zeker dat het van een marter is. Ik had hem liever levend gezien …

Moe maar voldaan laat ik een beetje later het frisse water over me heen spoelen.
Hoe zou straks de beloofde paella smaken?

- Greet