Noorwegen, Vallsdalsleden, augustus-september 2026 - dag 12
Dag 12 - Kongsvold → Ryphusan (dinsdag 8 september 2026)
21,8 km – 780 hoogtemeters
Na 3 nachten in het sympathieke hotel in Hjerkinn was het terug tijd om met pak en zak klaar te staan. Ons volgende hotel: Oppdal Turiststasjon, meteen onze laatste overnachtingsplaats.
De leuze indachtig ‘we beginnen waar we geëindigd zijn’ brengt de taxi ons naar Kongsvold, een eeuwenoude pleisterplaats voor voetvolk en koninklijk bloed. Aangezien wij ons op de guldenmiddenweg bevinden (‘voet’volk en koninklijk omdat we ons de koning te rijk rekenen omdat we mogen genieten van dit uitzonderlijk landschap) voelen we ons thuis in deze omgeving. Bij het afstijgen had onze chauffeur een leuke verrassing in huis: hij had vorige zondag een rendier geschoten en hij nodigde ons uit voor het diner deze avond.
[Beste bloglezer, als er hierna enkel een witte bladzijde volgt dan weet je de uitkomst van de avond. Maar eerlijk gezegd: ik ben er vrij gerust in (zie in fine)]
Deze nacht hebben de hemelsluizen hier open gestaan - met nog enkele laatste druppels die ons hoofd strelen – en dat laat zich onmiddellijk voelen op het parcours. Het stijgen en dalen tussen de lage bomen en zigzaggen tussen de stenen wordt af en toe (regelmatig?) afgewisseld met een slippertje links of rechts.
Het is slechts een opwarmertje van 5 km. Voor ons opent zich Vårstigen, het lentepad. Reeds in de 12’ eeuw wordt dit steile en smalle pad vernoemd als deel van de Pelgrimsweg naar Nidaros (Trondheim). De vallei onbegaanbaar door het smeltwater dus maar de kortste weg naar de hemel. Puffend zwoegen we ons naar boven maar de top (Tongsvaet) beloont ons met een heel mooi uitzicht. Daarvan genieten we al knabbelend op onze lunchbroodjes. Voldaan dansen we op en af als jonge schapen, steken we de gereconstrueerde brug over, spelen we een kledingstuk voor de zevenendertigste keer uit en … worden we beloond met een (laatste?) zigzaggende vrij stijle klim door het berkenbos. Eens de boomgrens bereikt, opent zich voor ons langzaam maar zeker een landschap van onbeschrijflijke schoonheid dat we nog 11 km mogen bewonderen. Dit is zonder meer de mooiste etappe van ons 13 daags Olavspad. Onze adem wordt afgesneden en we bekomen even aan het zomerboerderijtje op Vårstigsetra.
Tientallen kilometers rondom strekt zich een vallei uit, bezaaid met meertjes, de grond afgedekt met dekentjes groentinten, aan de einder hoge bergen met sneeuwstippen, vredig grazende schapen, zacht stromende beekjes. We zijn in de zevende hemel beland. Bekijk de foto’s en met alle respect voor onze kundige fotografen: ze geven maar een fractie weer van de werkelijke schoonheid.
De weg slingert zich voort, we komen langs het hoogste punt van Dovrefjell (1314 m) en dalen langzaam af naar ons eindpunt van de dag: de bescheiden onbemande cabine van Ryphusan. Kou krijgend wachten we daar op onze taxi die ons naar het hotel brengt.
En nu terug naar het hoger genoemde onbekende:
We hadden bij onze chauffeur, om de avond af te sluiten, een formidastische avond. Stipt om 19.30 u kwam hij ons ophalen voor een diner bij hem thuis. Wat volgt was een ONVERGETELIJKE (onverwachte) avond. Zijn vrouw was voor het werk naar Oslo, zijn dochter was als een schaduw die enkele keren opdook en in stilte verdween en hij had de tafel gedekt. Bij het zicht van de tafel wist je onmiddellijk waar je aan toe was als je dat kleine venijnige glaasje zag. De aquavit zou hier zijn ronde doen. Algauw wisten we waar de Noren hun naam halen: de diverse aquaviten van 40 graden volgden elkaar gezwind op, de ene nog beter dan de voorganger. Vraag mij niet hoeveel verdchillende soorten elkaar opvolgden, ik ben de tel kwijt. Maar het ging gezwind crescendo! Wat een smaakpalet telkens weer. Als dan naast jou iemand zit die proeft maar galant zijn glaasje doorschuift, ben je gauw de tel kwijt. Ik had de verstandige beslissing genomen onmiddellijk niet te tellen want de ad fundums volgden elkaar op. Als die Noor dacht ons een lesje te leren dan was hij aan het verkeerde adres. Aquavit met kaneel tot aquaviten met visnamen en ossennamen, aan ons niet besteed, zij gleden vlot binnen bij iedereen!!! Zelfs BB kon niet weerstaan, de boekdelen na de ad fundum spraken bij hem wel …. Boekdelen. De gezellige babbels volgden vlot. Het eten was exquis: allemaal rendier, van hart tot tong tot gewoon vlees, met gestampte patatjes ( à la Norvégien) en rode besjes. Super! Wanneer op het einde de schedel van het beest nog wordt getoond, weet je dat dit een authentieke huisbereide maaltijd was. Na expertise van het gebit zei onze aanwezige tandarts dat het een prima beest was (ondertussen zat het beest natuurlijk wel reeds in onze lichamelijke kelder te verteren). Kortom: een onvergetelijke unieke onverwachte ervaring die je alleen met Buencamino kan meemaken. Dat de avond begon met ‘schoenen uit’ en werd afgesloten met een ongevraagde Irish Coffee maakt de cirkel rond. Of toch niet: onze sympathieke chauffeur kwam ons met de bus ophalen maar om naar huis te gaan: ‘ Tirez votre plan’. Op blote voeten wuifde hij ons uit en voor de rest was het gelukkig niet ver naar ons hotel. Voordeel: verhalen van deze onverwachte Noorse avond ophalen!! Amai, dat blijft hangen, hopelijk niet te veel in onze gealcoholiseerde geesten. Benieuwd hoe onze voeten ons morgen zullen dragen.
Skoll (gezondheid)!
- Hans














